Cheliceren = eerste paar aanhangsels van spinachtigen, mondelen voor het grijpen van prooien, opzuigen van voedsel, fragmenteren van organisch materiaal; bij spinnen meestal voorzien van een gifklier

Pedipalpen = tweede paar aanhangsels van spinachtigen, omgevormd naar verschillende functies (tastorganen voor vangen of voelen, voortplanting, predatie), klauwen bij schorpioenen

Complex-oog = het oog van een insect (zoals het grote oog van een vlieg), ze bestaan uit honderden optische receptoren die gevoelig kunnen zijn voor licht, kleur en beweging




INFO OVER MIJTEN > De klasse van Arachnida
Mijten behoren tot de klasse van de
spinachtigen of Arachnida

Wat is een spinachtige? Schorpioenen, spinnen, teken en mijten zijn spinachtigen. Bij de spinachtigen is het lichaam meestal verdeeld in twee delen: het kopborststuk (cephalothorax) (de kop is vergroeid met de borst) en het achterlijf (abdomen). Meestal heeft het kopborststuk zes paar aanhangsels: een paar cheliceren, een paar pedipalpen en vier paar poten (om zich voort te bewegen). Ook hebben ze op hun kop een enkelvoudig oog (ocelli). Hiermee kunnen ze enkel verschillen in lichintensiteit waarnemen. Dit in tegenstelling tot insecten (vliegen, bijen, mieren, vlinders…), die op hun kop twee complex-ogen hebben. Met deze complex-ogen kunnen insecten veel meer zien (o.a. variaties in licht, kleur en beweging) dan spinachtigen en kunnen ze zelfs beelden vormen van hun omgeving. Behalve de ogen zijn er ook nog andere verschillen tussen insecten en spinachtigen. Insecten hebben een lichaam opgedeeld in 3 delen (tegenover 2 delen bij spinachtigen), een paar vleugels en antennen (afwezig bij spinachtigen) en slechts 3 paar poten (tegenover 4 paar bij spinachtigen)


In de klasse van de spinachtigen hebben mijten een vrij speciale lichaamsbouw. Bij de mijten zijn het kopborststuk en het achterlijf vergroeid. De 2 verschillende delen van het lichaam zijn niet meer te onderscheiden. De morfologie van mijten is zeer variabel. Vaak zijn ze niet groter dan een millimeter. Een van de kleinste mijten, Eriophyes ribis, is maar 0,01 cm lang. Teken daarentegen kunnen, gevuld met bloed, meer dan 2 cm groot worden. De Aziatische teek, Amblyomma clypeolatun, bij voorbeeld meet in gevoede toestand ± 3 cm. Behalve in grootte, verschillen mijten ook in kleur, structuur van poten, monddelen, lichaamsharen…Tot op vandaag, zijn er meer dan 48.000 soorten mijten beschreven. Wetenschappers schatten echter dat dit slechts een fractie (5 %) is van het totaal aantal soorten mijten. Er is dus nog werk aan de winkel !


Mijten hebben over het algemeen 4 verschillende levensstadia: ei-larve-nimf-adult (volwassen). Larven zijn heel erg klein en hebben (als enige uitzondering) maar 3 paar poten. Nimfen lijken al een beetje op hun volwassen ouders (met 4 paar poten), maar kunnen zich nog niet voortplanten, omdat hun voortplantingsorganen nog niet volgroeid zijn.

  • Mijten op een insect
    (foto: L. De Vos)
  • Cheliceren van Acaru siro
    (foto: L. De Vos)
  • Vliegen zijn insecten. Op deze foto is een vlieg uit de familie van de Tachinidae te zien
    (Insecta, foto: C. Salin)
  • Complex-oog van de huisvlieg,Musca domestica (foto: L. De Vos